1907-1941 Er is een traditie in De Groene Groep

Samengesteld en geschreven door

Oeds Helmhout

1907

Baden-Powell (1847 – 1941) was een Engels generaal die bekend werd door het beleg van Mafeking in Zuid-Afrika dat hem tot een nationale Britse held maakte. Teruggekeerd in Engeland ontdekte hij dat veel jongens en jonge mannen gretig zijn boek “Aids to Scouting” lazen dat hij in 1899 had geschreven. Dit boek was bedoeld als een handboek om onderofficieren en soldaten technieken te leren als observeren, spoorzoeken, buitenleven, kaartlezen, overleven, inventiviteit en eigen verantwoordelijkheid ontwikkelen enz.

Belangrijke mensen in het Engelse jeugdwerk vroegen B-P een aangepaste versie van “Aids to Scouting” te schrijven, maar dan gericht op de jeugd en jongeren in Engeland.

Om zijn ideeën te toetsen kampeert Baden-Powell in augustus 1907 met een groep van 22 jongens op Brownsea Island, Poole Harbour, Dorset, aan de Engelse zuidkust. Hij wil daar ervaring opdoen met vier patrouilles en jongens uit Londen en Bournemouth. Dit kamp wordt gezien als het begin van Scouting.
In 1908 verschijnt in Londen zijn “Scouting for Boys” (Verkennen voor jongens) voorzien van zijn eigen tekeningen en dat wordt vrijwel onmiddellijk een geweldige bestseller.

Het boek Scouting for Boys staat op de vierde plaats van de lijst met bestverkochte boeken, na de Bijbel, de Koran en Mao’s Rode Boekje.

Scouting wordt razendsnel een wereldbeweging die nu ongeveer 34 miljoen jongens en meisjes telt en nog steeds groeit.

In Nederland wordt Scouting Padvinderij genoemd, scouts heten Padvinders en hebben de leeftijd van 11 tot 18 jaar. Ze organiseren zich in een troep die patrouilles heeft met verkenners. Iedere patrouille heeft 4 tot 6 verkenners die onder leiding staan van een patrouilleleider (PL) en een assistent patrouilleleider (APL) De troep, met doorgaans vier patrouilles, staat onder leiding van een hopman (= verkennersleider) en zijn assistent wordt vaandrig genoemd. Elke patrouille kiest de naam van een dier of vogel. Als de verkenner 18 jaar is wordt hij voortrekker in de Stam, die onder leiding staat van een oûbaas en diens assistent de baas wordt genoemd De troep kiest een eigen kleur voor de halsdoek en heeft tot 1937 geen groepsnaam. Zijn er in een stad meer troepen dan krijgen ze een nummer.

Vanaf het begin dragen verkenners een uniform. Overhemd, korte broek en kousen alles in donkerblauwe kleur. De padvindershoed is kakikleurig. Ze dragen natuurlijk de halsdoek in de kleur van de troep en onderscheidingstekens en vaardigheidsinsignes op het overhemd. Vanaf 1930 verandert de kleur van het uniform in de kakikleur.

In 1910 worden in Nederland de eerste padvinderstroepen opgericht. Vanaf 1911 ontstaan in de stad Groningen de eerste troepen, genoemd naar hun halsdoek: de Rode, de Paarse en in 1912 de Oranje Troep (de latere Medusatroep, troep III).

1917

Hoewel Jan Barend Swierenga (1902-1975) het jaar 1916 al noemt met troepactiviteiten wordt 1 juli 1917 als de officiële oprichtingsdatum aangehouden. Het is de 4e padvinderstroep in de stad Groningen. Men kiest een groene halsdoek. De troep wordt genoemd naar de kleur van de halsdoek en het troepnummer. De Groene Troep, troep IV, Groningen begint met 3 leden, tevens oprichters: Ritzen. Oudens en Jan Barend Swierenga (14 jaar). De eerste verkennersleider is hopman George J.P.Ros. Hij vertrekt na een half jaar en de leiding wordt overgenomen door het zogenaamde “ROS-drietal”: Ritzen, Oudens en Swierenga met Oudens in de functie van 2e vaandrig (= troepleider). Spoedig telt de troep 15 verkenners. De eerste patrouille heet De Rossen en het patrouillemotto is: “WIJ VERSAGEN NIMMER!” en dit zal later als groepsspreuk worden overgenomen.

In 1953 schrijft oûbaas Jan Barend Swierenga:

“De installatie van de eerste Groene Troepers, waaronder ikzelf, vond plaats tijdens een jaarfeest op het toneel van café Vogelenzang aan het eind van de Ebbingestraat (lang geleden verdwenen). Dat was destijds de gewoonte en wij vonden het prachtig! “

De Groene Troep is een “fietstroep” en onderscheidt zich daarmee van de drie andere Groninger groepen: twee “looptroepen” met rode resp. paarse halsdoek en een “watertroep” met oranje halsdoek.

1918: Op 20 maart 1918 wordt de eerste troepfoto gemaakt met 15 troepleden met vml. 3 patrouilles waaronder de Rossen met Jan Barend Swierenga die de troepvlag draagt met de tekst “Groningen troep IV, NPV.”
Charley Tijdgat is verkenner geworden.
Het paaskamp 1918 wordt in een “kampeer”-boerderij gehouden en in de zomer onderneemt de troep een zware fietstrektocht.

1919: Hopman Oudens treedt terug en de Groene Troep krijgt een nieuwe verkennersleider: Paul Voerman. Hij is een goed pedagoog en jeugdleider die constateert: “Er is traditie in de Groene Troep!” Onder zijn leiding slagen bijna alle verkenners voor de eisen verkenner 2e klas, zijn heel goed in padvinderstechniek, behalen vele vaardigheidsinsignes maar hun schoolrapporten vertonen slechte cijfers en de schoolexamens van de verkenners worden een ramp…..
Voor een zomerkamp trekt de Groene Troep naar Lemmer en vaart per boot over de Zuiderzee naar Enkhuizen. De veerboot komt terecht in een zware noordwester storm. Er wordt beweerd dat hopman Voerman de huizenhoge golven tot bedaren wist te brengen.
De Groene Troep krijgt voortrekkers. Sam Klein is lid geworden van de Groene Troep en wordt voortrekkersleider.
In de grote zaal van de Harmonie wordt een grote Fancy Fair georganiseerd waaraan alle Groningse padvinderstroepen hun medewerking verlenen. Prins Hendrik in zijn padvindersuniform verschijnt daar als gast. De fancy fair wordt een groot succes maar financieel een teleurstelling. Bij de sluiting bleek een verlies van ongeveer €1000, -, een heel bedrag in die tijd.

1920: Padvinderfeesten

Oûbaas J.B.Swierenga beschrijft (in 1953) zijn goede herinneringen aan vroegere feesten van de Groene Troep:

“In de jaren 1916-1930 zijn er 4 á 5 troepen in Groningen. Het was de vaste gewoonte dat op elk feest van elke troep iedere padvinder uit de stad aanwezig was, plus veel padvindsters en meisjes van de zgn.”Kibbo Kift”. In die goede oude tijd kenden de padvinders uit de hele stad elkaar praktisch allemaal. En iedere verkennerstroep had zijn jaarfeest en we bezochten natuurlijk ook de feesten van de padvindsters. Er werd geen feest overgeslagen. We hadden het er druk mee. Vele en machtige feesten zijn door De Groene Troep gehouden in “Scala” in de Nieuwe Ebbingestraat (bestaat niet meer). Het was een dansgelegenheid van niet al te beste naam, maar voor De Groene Troep was het mooi genoeg. We mochten er zoveel in timmeren als we wilden. We sleepten zelfs een draaiorgel mee naar binnen, compleet met orgeldraaier-met-een-houten-poot. Omdat er veel verteerd werd was de zaalhuur gering, slechts 5 gulden. Op de bovenverdieping was de uitvoering en het bal en beneden een Fancy Fair, met het draaiorgel, knusse zitjes en een lawaai als een oordeel. Maar het was machtig mooi en er werd geld verdiend! De patrouilleleiders organiseerden alles zelf en hopman Piet van Wicheren kreeg een uitnodiging. De meest welsprekende patrouilleleider hield een openingsspeech en sloot tenslotte de avond. Beroemd is de uitvoering met het stuk over Koning Boeli Boeroe. Deze zwarte koning werd, hoog op zijn troon gezeten, op de schouders van stoere, naakte inboorlingen, dwars door de zaal naar het toneel gedragen. Maar: midden in de zaal brak de majestueuze draagstoel in tweeën en onder gejuich van het publiek moest Zijne Hoogheid te voet naar het toneel schrijden. Een andere kraker was de uitvoering van het successtuk van de voortrekkersstam: “Der Tod und das Mädchen”. Onder leiding van Sam Klein speelden de voortrekkers het vol vuur en overgave en de toeschouwers pinkten af en toe een traan weg….”

1920: Robert Baden-Powell wordt op 4 augustus 1920 uitgeroepen tot Chief Scout of the World, tijdens de Olympia Jamboree in Londen.
De Groene Troep heeft haar troeplokaal in de Poelestraat en Bé Jager is 2e vaandrig.

Op 1 september 1920 verschijnt het eerste nummer van een wekelijks mededelingenblad voor de Groene Troep. Het blad wordt in prachtig handschrift geschreven door de heer Swierenga Sr., (de vader van Jan Barend en Roelof) en wordt vermeerderd door middel van cyclostyldruk. Jan Barend verzint een naam en noemt het mededelingenblad “DE VOERMAN”. Algemeen wordt aangenomen dat hij met deze naam de man bedoelt die als voerman op de bok zit en de wagen bestuurt met de leidsels in zijn handen. Twee andere opties zijn het sterrenbeeld Voerman (Auriga) dat ligt tussen Perseus en Tweelingen in de Melkweg of, zoals zijn dochter Aleid denkt, zijn favoriete boek “de Voerman”, van Selma Lagerlof. Hoe dan ook, in een tijd dat padvinderstroepen nog geen naam hadden had de Groene Troep een mededelingenblad dat DE VOERMAN heette.

1922: Op zondag 27 mei 1922 kiest de Groene Troep een Ereraad. Gekozen worden Jan Barend Swierenga met 14 stemmen, Rolf 11, Henk 10 en Jip Jilderda ook 10 stemmen.
Op 19 december 1922 wordt “De Groene Schakel”opgericht door Jan Barend Swierenga. De Groene Schakel is een besloten vriendenkring die begint met 12 verkenners en die later met nog 9 verkenners is uitgebreid. De leden komen elk jaar een dag bijeen op een locatie in het centrum van Nederland. (Aan de muur in mijn werkkamer hangt een mooie foto van het met daarop de eerste twaalf leden die aanzitten aan het openingsdiner.)

1923: Hopman Paul Voerman verlaat de Groene Troep en verhuist van Groningen naar Rotterdam. Hij wordt daar betaald jeugdwerker bij het Rotterdamse “Volkshuiswerk voor Jongeren”.

Het is een hardnekkig misverstand dat Groene Troep in 1923, na het vertrek van hopman Paul Voerman de naam De Voerman heeft gekozen als eerbetoon aan deze verkennersleider. Troepen hadden toen geen naam en werden in die jaren zonder uitzondering genoemd naar de kleur van hun halsdoek of hun troepnummer. Pas in 1937 moeten padvindersgroepen een naam kiezen. Het is dus louter toeval dat Paul Voerman in een groep zat die een mededelingenblad had met de naam De Voerman. En het is dat mededelingenblad dat de Groene Groep haar naam heeft gegeven: DE VOERMAN.

Paul Voerman wordt als verkennersleider opgevolgd door hopman Piet C.W.H. van Wicheren. Jan R.T. van Weering zal later over zijn nieuwe hopman zeggen:
”Piet van Wicheren was een echte wandelaar met van die dikke wandelbenen; we liepen wat af! Ik ken hem alleen van achteren, omdat hij zo snel liep….”
Jan Barend Swierenga assisteert Paul Voerman voor korte tijd in het Volksjongenkamp “De Arend” in Rotterdam
Johan Siebelink introduceert Wiebo Froentjes in de Groene Troep. Wiebo komt in de Wolvenpatrouille met Jip Jilderda als patrouilleleider.
Folkstone 1924
1924: Op 10 februari 1924 wordt Geert Tekelenburg tot verkenner geïnstalleerd. Hij krijgt de bijnaam “M’ling”, wordt later verkennersleider en groepsleider tot 1940.
Dit jaar wordt er weer veel gekampeerd, de troep op weekendkamp en in de pinkstervakantie naar het Noordelijk Pinksterkamp (“Birlibi-kamp”)*.
Het jaarlijkse zomerkamp is op de krijtrotsen bij het Engelse Folkstone. Er wordt via Middelburg en Vlissingen per boot van de Maatschappij Zeeland gereisd. Deelnemers zijn: Klaas Beerta, K.Boers, Arend Hommes, Pé W. Idema, Jip Jilderda, Henk Meihuizen, Joost Nienhuis, Jan van ’t Oeveren, Sicco Onnes, Johan Siemelink, Jan Barend Swierenga, Roelof Swierenga, Geert Tekelenburg, Gerard Tonckens en Heiko de Vries.

(*In mijn jaarbeschrijvingen noem ik Pinksterkamp: Noordelijk Pinksterkamp met de daarbij behorende kampnaam. Zowel Wiebo Froentjes als Jan van Weering vertelden mij dat de Groene Troep niet uitblonk in volgzaamheid. Meestal nam de troep in die jaren niet deel aan georganiseerde NPK’s maar ging in de Pinkstervakantie op eigen gelegenheid kamperen.

1925: Vanaf 1925 is de Groene Troep gehuisvest in het Prinsenhof (met de bijnaam “Brokkenhuis”) aan het Martinikerkhof, samen met drie andere troepen.
De troep houdt een paaskamp in Anlo met als deelnemers: Freddy van Asten van Zijl, Ko Boers, Jan en Roelof Hellemans, Hennie Hofman Pé W Idema, Jip Jilderda, Sam Klein, Jan Barend Swierenga, Roelof Swierenga, Geert Tekelenburg, en hopman Piet van Wicheren.
Men heeft een weekendkamp op een favoriete kampeerplaats in Wilderveen bij Noordlaren en een zomerkamp in Ommen met een grote fietstrektocht door Nederland langs de (gefotografeerde) etappeplaatsen Apeldoorn, Loenen, Dieren, Hilversum en Amsterdam. De troep neemt deel aan de padvindersvoetbalwedstrijden in Assen en de Hertenpatrouille krijgt dit jaar haar patrouillespreuk “Doe Het Nu!”

1926: Met Pinksteren 1926 heeft de troep haar eigen kamp in het oerbosgebied Zuurse Duinen bij het Drentse Steenbergen.
Jan R.T. van Weering wordt tot verkenner geïnstalleerd door hopman Roelof Swierenga.
Het troepzomerkamp van 1926 wordt gehouden in Meerssen bij Maastricht en de voortrekkers reizen naar Aken in Duitsland.

Tot in 1926 had de troep een boot van het type “Wherry”, een vierpersoons roeiboot die ’s-zomers in Paterswolde lag bij het zomerhuisje van Pé W. Idema of in Lettelbert bij het Leekstermeer. In de winter ligt de boot aan de ketting bij de museumbrug, afgedekt door een dekzeil. Er werd regelmatig in geroeid en menig verkenner en voortrekker heeft hierin getraind als voorbereiding tot raceroeier in zijn studententijd.

Op 19 december 1926 wordt: “De Groene Schakel” opgericht, een besloten vriendenkring van leden van de Groene Troep. De leden bij oprichting zijn: Wiebo Froentjes, Pé W. Idema, Jip Jilderda, Sam Klein, Henk Meihuis, Sicco Onnes, Eef Siemelink, Johan Siemelink, Jan Barend Swierenga, Roelof Swierenga, Heiko de Vries en Chris van Wijngaarden. Bij de oprichting is uitdrukkelijk afgesproken en belooft dat over “De Groene Schakel” niets naar buiten zal worden gebracht. Prof. Dr. Wiebo Froentjes zegt mij hierover in 1999:

“…. Wij zijn van mening dat ons logboek geen wezenlijke bijdrage kan leveren aan de geschiedschrijving van de Groene Troep. Juist door zijn besloten / selectieve karakter en de strikte geheimhouding mag de Groene Schakel niet tot de vermeldenswaardige tradities worden gerekend en zal o.i. met het laatste lid in de vergetelheid dienen te verdwijnen.”

1927: Endurance

Historische naam
…voor een tent.

Vanaf 1927 zien we op veel foto’s de “Bell-tent” in gebruik, een ėėnstoks enkeldaks tent van zwaar kwaliteitsdoek, in de vorm van een luidklok (bell). Dit type tent is tot ontwikkeling gekomen en in gebruik genomen tijdens de eerste wereldoorlog als onderkomen voor soldaten. Een “bell-tent” is bij de Groene Troep (en later bij de Groep) tot 1940 bekend als de “Endurance” en doet dienst als troeptent, materiaaltent en als leiderstent. De naam is afkomstig van het schip van poolreiziger en ontdekker Shackleton, dat in 1914 tijdens een Zuidpool expeditie is vastgelopen in de Weddell-zee. Eerder hebben de poolontdekkingsreizigers Amundsen en Scott de Zuidpool onderzocht en er ontstaat een theorie dat er een kanaal kan bestaan dat de Ross- en de Weddellzee verbind. De Schotse onderzoeker Shackleton organiseert een omvangrijke Trans Antarctica-expeditie met de driemaster Endurance om naar het kanaal te zoeken. Deze expeditie wordt wereldnieuws, staat dagelijks op alle voorpagina’s en spreekt tot ieders verbeelding. Als de Endurance in het pakijs is vastgelopen en langzaam wordt vermalen blijft dit heldenepos in de herinnering van velen.
De Groene Troep vernoemt haar grootste en hoogste tent enkele jaren later naar de Endurance als de tent tijdens een vroeg en koud paaskamp op een ochtend geheel met sneeuw is overdekt.

Wij zien deze tent op veel troepfoto’s van verkennerskampen en de befaamde Isabellatocht.
Tijdens de Duitse bezettingsjaren is de Endurance ook ondergedoken. Na de bevrijding van de stad Groningen in 1945 komt de tent weer tevoorschijn om naamloos dienst te doen tot ongeveer 1956.

1927: De Groene Troep viert haar 10-jarig bestaan. Er wordt op de binnenplaats van het Prinsenhof een officiële troepfoto gemaakt. NPK (“Donderkamp”)

1928: Noordelijk Pinksterkamp, (“Zonnekamp”).
Hopman Roelof Swierenga verlaat de Groene Troep. Henk Meihuizen en Piet M.Hofman vormen tijdelijk de troepleiding tot vaandrig Dudock de leiding op zich neemt als assistent verkennersleider.
In dit jaar ontstaat door een grote toeloop van leden de grijsgedaste Rabenhaupt Troep die voortkomt uit de Houtduivenpatrouille van de Groene Troep.

In dit jaar schrijven 10 voortrekkers van de Groene Troep geschiedenis. Dit jaar zal voor altijd in het teken staan van de “ISABELLATOCHT”.
Op 10 februari 1997 heeft Oeds Helmhout een gesprek met ėėn van de Isabellatocht-deelnemers, Dr. Wiebo Froentjes en het volgende wordt genoteerd:

O, I S A B E L L A ,
D U W U N D E R S C H Ö N E F R A U
of
Korte schets van een
R A M P T O C H T

Troeplid Eef Siemelink (student medicijnen) heeft in 1927 zijn rijbewijs gekregen en koopt het chassis met motor van een verongelukte Groninger taxi. Dat is het overblijfsel van een auto die in 1924 of 1925 is verongelukt op de Hereweg, ter hoogte van het Sterrebos, toen tijdens een hevige storm een zware boom omwaaide die de taxi met inzittenden verpletterde. Dit ongeluk kostte aan 3- of 4 personen het leven.
Met hout, plaatmateriaal en enkele carrosseriedelen, bouwen de voortrekkers van de Groene Troep op het chassis een koetswerk en ze willen hiermee in 1928 een tocht naar de Belgische Ardennen maken.
Ze noemen hun vervoermiddel met kenteken A14055 “Isabella”, naar een populair lied in die jaren: “Oh Isabella, du wunderschöne Frau….” Oliemaatschappij Texaco betaalt de benzinekosten (voor 1000 kilometers) en als tegenprestatie wordt de auto aan beide zijden voorzien van de tekst “Texacoproducten”. (Sponsoring avant-la-lettre?)

Vanaf het Prinsenhof vertokken tien voortrekkers van de Groene Troep, uitgezwaaid door achterblijvende troepleden, leiding, familieleden en overige belangstellenden. Eef voelde zich de koning te rijk, hij was de enige met een rijbewijs en bestuurde het vehikel met voortrekkersbemanning en kampeeruitrusting in zuidelijke richting, onwetend dat ze aan een ramptocht waren begonnen. Na ongeveer 200 kilometer klapte de eerste band en er zouden nog velen volgen. Ze waren zich bij de constructie niet bewust geweest dat het chassis zo krom was als een hoepel en dat de wielen “spoorden” bij het leven…. De banden schuurden over de weg en binnen de kortste tijd was loopvlak en rubber profiel totaal weggesleten. Door de gladde banden priemden scherpe voorwerpen die de binnenbanden zo lek als een vergiet maakten. Voortrekker Johnny Teedinga (zoon van een garagehouder in Assen) fungeerde tijdens de tocht als monteur en lapte de binnenbanden net zolang tot ze totaal aan flarden waren gereden.

Na 10 dagen stond de Isabella in Maastricht. De voortrekkers besluiten per trein naar Groningen te reizen en Eef Siemelink rijdt de Isabella in vier dagen terug. De binnenbanden zijn verwijderd terwijl de buitenbanden zijn opgevuld met gras, stro en hooi….

Met recht een ramptocht! Maar wat is overgebleven is de herinnering en een verhaal met de belevenissen van tien Groene Troepvoortrekkers die het avontuur zochten en vonden en daarmee geschiedenis schreven!

1929: Noordelijk Pinksterkamp (“Welkomkamp”).

1930: De verkennersleiding wordt gevormd door hopman Geert Tekelenburg en vaandrig Piet M. Hofman.
Er wordt met Pasen gekampeerd in Anlo.
Noordelijk Pinksterkamp (“Knuttelkamp”) in Odoorn en het troepzomerkamp is in Lochem.

1931: Noordelijk Pinksterkamp (“Zangerskamp”) in Hooghalen. Troepzomerkamp in het Belgische Hastière, zuidwesten van Dinant.

1932: Een belangrijk jaar, want de Groene Troep wordt uitgebreid met een welpenhorde en is vanaf dit jaar: “De Groene Groep”.
Noordelijk Pinksterkamp (“Rambonnetkamp”) in Hooghalen.
Jan R.T. van Weering (verkenner en student medicijnen) wordt vaandrig in de Groene Troep

1933: De troep kampeert in Lettelbert en neemt deel aan het Nationaal Kamp in Wassenaar op landgoed “Oosterbeek”.Het kamp wordt bezocht door de Chief Scout of the World, Robert Baden-Powell en zijn zoon Peter. Dit kamp wordt de “Nationale Jamboree” genoemd en is de voorbereiding voor de Wereldjamboree van 1937 in Nederland.
De horde neemt deel aan voetbalwedstrijden voor welpen.

1934: In Hooghalen is het Noordelijk Pinksterkamp (“KLM-kamp”). Aan de NPK’s namen uitsluitend PVN-groepen deel.
De troep heeft haar zomerkamp in Ootmarsum (Ov.)
Herman Berghuis wordt lid van de welpenhorde en komt in het Grijze Nest dat bestaat uit ongeïnstalleerde welpen, in een horde zonder akela maar met twee (nog) niet geïnstalleerde leidsters, hathi Jansen en raksja Lintenbrink.
Berghuis vertelt later over het Prinsenhof waar vier padvindersgroepen onderdak hadden: de Groene Groep (=De Voerman), de Oranje Groep (=Medusa), de Blauwe Groep (=Havik) en de Grijze Groep (=Rabenhaupt):

“Om in het eigen (buitengewoon gezellige) troeplokaal te komen moeten de Groene Groepers door een aantal gangetjes, over een pleintje, dóór het lokaal van de Havik en tenslotte nog een trap op. De voortrekkers hadden ons lokaal met boomstammetjes betimmerd en voorzien van een schouw. Daarin werd de klasse-eis “Vuurmaken” altijd beoefend en afgelegd. In dit lokaal werden veldslagen geleverd met Rabenhaupt. Hun lokaal grensde aan het onze met een verbindingsdeur. Vaak werd de deur gebarricadeerd aan de ene kant terwijl de andere zijde probeerde de deur te forceren. Dat alles gebeurde natuurlijk met hevig kabaal…”.

1935: Oûbaas Wolters en vaandrig Piet M.Hofman snijden de wolvenkop welke zal dienen als totem van de Groene Horde. Om het gewicht van de topzware totem te verlagen wordt de kop uitgehold. Deze historische hordetotem heeft de fatale brand van het groepsgebouw in 1992 overleefd omdat hij ten tijde van de brand ergens anders werd gerestaureerd.
Noordelijk Pinksterkamp (“Cevaalkamp”) in Hooghalen.
Zomerkamp bij de IJzeren Man in Vught en Drunense duinen.

1936: Het 25-jarig bestaan van de Padvinderij in de stad Groningen wordt gevierd met een is een grote padvinders-districtsfeestavond en een souper voor leidsters en leiders in restaurant Suisse.
De groepsyell van de Groene Groep werd dit jaar voor het eerst gebruikt:

Ra ra, djb djb fijn
Weet je wie we zijn?
G R O – N I N G – E R S
Jongens van de Groene Groep uit Groningen!

Dzji boemelaka, dzji boemelaka,
Hiep hiep hei!
Leven! Groeien! Bloeien!
Moet de Padvinderij!

In de tuin van de (voormalige) Harmonie wordt een foto gemaakt bij de muziekkoepel van alle Groninger welpen, verkenners, voortrekkers met hun leidsters en leiders.
Het Noordelijk Pinksterkamp (“Ruilkamp”) vind plaats in Hooghalen.
De derde PVN*-jaarvergadering is op 9 en 10 mei in Groningen.
In Hellendoorn neemt de groep deel aan het grote Nationaal PVN-kamp.
Een welp van de Groene Horde, bijgestaan door de groepsleider en een officiële padvindersafvaardiging, overhandigt in Groningen de Jamboree 1937-brochure aan burgemeester Cort van der Linden en commissaris der koningin Andringa de Kempenaar.

*Vrijwel alle neutrale padvindersgroepen zijn aangesloten bij de PVN (= Padvindersvereniging “Nederland”) en niet bij de NPV (= vereniging De Nederlandse Padvinders).

1937: De Groene groep bestaat 20 jaar. Padvindersgroepen moeten naast hun daskleuraanduiding en groepsnummer een NAAM kiezen. De Groene Groep heeft al sinds 1920 een mededelingen-/groepsblad dat “De Voerman”heet. Men kiest nu die naam als officiële groepsnaam. De Groene Groep heet vanaf nu De Voerman, groep IV, Groningen.
Op de trappen van het universiteitsgebouw wordt een groepsfoto gemaakt.
Het Noordelijk Pinksterkamp (“Interlandkamp”) is in Hooghalen.
In Annen houdt de Voermangroep een jubileumweekend.
In de bossen en duinen bij het Noord-Hollandse Bloemendaal-Vogelenzang wordt de 5e Wereld jamboree gehouden. De Voermantroep is kamperend aanwezig en de welpenhorde komt op dagbezoek. Deze Jamboree zou de laatste zijn die werd meebeleefd door de Chief Scout, sir Robert Baden-Powell of Gilwell.

1938: Op 7 januari houdt De Voermangroep een reünie voor leden en oud-leden in het Prinsenhof groepslokaal. Er is een fancy fair en een gemeenschappelijk diner. Paul Voerman en Jan Barend Swierenga zijn hierbij met vele andere oud-leden aanwezig.
Het Noordelijk Pinksterkamp (“Canonkamp”) is in Drouwenerzand.
De Voermantroep heeft haar zomerkamp in Ommen.

1939: De 6e jaarvergadering van de PVN (Padvinders Vereniging “Nederland”) wordt in Deventer gehouden.
Noordelijk Pinksterkamp (“Polygoonkamp”) in Drouwenerzand.
Het Nederlandse leger mobiliseert en hopman Geert Tekelenburg wordt opgeroepen in militaire dienst.
Oûbaas Charlie Tijdgat wordt de nieuwe groepsleider.
In verband met vermeend brandgevaar moet de fraaie lambrisering van boomstammetjes in het groepslokaal Prinsenhof worden verwijderd.

1940: Toen in die noodlottige Meidagen 1940 de tanks, artillerie en infanterie over onze Oostgrens ons land binnenstroomden, toen honderden vliegtuigen als een storm wilde horzels boven Nederland werden losgelaten waren in de meeste troepen en hordes de plannen voor pinkster- en zomerkampen al klaar. Wonder boven wonder gingen deze kampen die zomer nog gewoon door.
Het Noordelijk Pinksterkamp vindt plaats in Drouwenerzand van 11 tot 14 mei onder auspiciën van de NPV (Vereniging de Nederlandse Padvinders) waarin de PVN is opgegaan.
Er zijn plannen opgesteld om het Prinsenhof te restaureren en er een cultuurcentrum van te maken. De Voermangroep moet haar groepslokaal in het Prinsenhof verlaten en vind een tijdelijk onderkomen in de Nieuwstad.
De Voermangroep is teleurgesteld als bekend wordt dat oud-hopman/groepsleider Geert Tekelenburg loyaal samenwerkt met de Duitse bezetters. De Voerman keert zich van hem af.
Langzamerhand komen er steeds meer beperkende bepalingen van de kant van de Duitsers, die in het Spel van Verkennen een voorbereiding tot militaire geoefendheid zagen of een infiltratie van de Engelse geest.

1941: Op 8 januari sterft de chief scout Robert Baden-Powell in Paxton/Kenia op 84 jarige leeftijd. Hij heeft 33 jaar van zijn leven besteedt aan de padvinders/sters beweging. B-P werd op dertig kilometer afstand van de evenaar begraven in Nyeri/Kenia.

In het vroege voorjaar van 1941 viel de langverwachte klap. Met de inhechtenisneming van districtcommissarissen en topfiguren uit de padvindersbeweging werd het duidelijk dat het nog langer onverantwoordelijk werd om met de padvinderij door te gaan. In het geheim ging men –zonder uniform- verder. Bovendien kwam er zo langzamerhand wel ander werk voor oudere verkenners, voortrekkers, leidsters en leiders met initiatief en durf om de bezetters te bestrijden in ondergronds verzet. …de groepsvlaggen worden opgerold.

Het carillon

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht,-
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokkentoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: – een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Gronings licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

– Ida Gerhardt
Oorlogsjaar 1941

Geschreven in augustus 1941 en gepubliceerd in het tijdschrift De Gids, in 1945
gebundeld in Het veerhuis.
Overgenomen uit Verzamelde Gedichten. (deel) 1. 5e, herziene druk.
Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1992.
Met één verandering: ‘Gronings’ in plaats van ‘Hollands’.